Bodemstaalname (foto Suzanna Lettens)
Bodemkwaliteit in Sigmaplangebieden
In opdracht van Waterwegen en Zeekanaal NV (Afdeling Zeeschelde) werkt het INBO aan een inventarisatie van de bodemkwaliteit van de overstromingsgebieden die opgenomen zijn in het Sigmaplan 2006. We nemen bodemstalen van de oppervlakkige bodemlaag en analyseren ze op fysische (textuur en organisch materiaal) en chemische (onder andere nutriëntenrijkdom en zware metalen) eigenschappen. Dat doen we zoveel mogelijk vóór de effectieve ingebruikname als overstromingsgebied om zo een referentietoestand vast te leggen. Na de ingebruikname zal de afzetting van nieuwe sedimenten en eventuele veranderingen in de graad of het type van de verontreiniging opgevolgd worden.
Ecologische risico-evaluatie
Het onderzoek blijft niet beperkt tot het opmeten van de totaalconcentraties in de bodem, ook de concentraties in bladeren van bomen, struiken en landbouwgewassen meten we op. De beschikbaarheid van zware metalen voor planten wordt beïnvloed door tal van factoren. In de eerste plaats door bodemvariabelen zoals textuur, pH, redox toestand of organisch materiaal, die op hun beurt de chemische verschijningsvorm van de zware metalen bepalen. Natuurlijk speelt ook de totale bodemconcentratie een rol en daarnaast ook fysische factoren, zoals de verdeling van de verontreiniging binnen de bodemmatrix en plantspecifieke eigenschappen zoals de opname door het wortelstelsel en transport binnen de plant. Het opmeten van de concentratie in blad is een eerste stap in het uitvoeren van een ecologische risico-evaluatie. Zo kunnen planten groeistoornissen vertonen of bij zeer ernstige verontreiniging zelfs afsterven, én spelen ze ook een belangrijke rol in de verspreiding van zware metalen in het milieu. Bladeren van snelgroeiende boomsoorten, zoals populier en wilg, bevatten vaak hoge concentraties aan zware metalen. Dit kan schadelijk zijn voor organismen die zich hiermee voeden, zoals pissebedden, slakken of regenwormen. Bladeren van landbouwgewassen bevatten doorgaans veel lagere concentraties maar door hun directe ingang in de menselijke voedselketen zijn de normen hier ook een stuk strenger.
De combinatie van analyseresultaten voor bodem- en bladstalen geeft een beter inzicht in de mechanismen die plantopname beïnvloeden. Dit laat toe om de ecologische risico’s beter in te schatten en om aanbevelingen te formuleren naar het beleid voor een optimaal beheer van de overstromingsgebieden.
Suzanna Lettens