Perceel met randbeheer (foto Yves Adams/Vilda)
Agrobiodiversiteit
Over de toekomstige invulling van het Europese landbouwbeleid wordt momenteel volop gedebatteerd. Tegen 2013 moet er immers een nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid klaar liggen. Eén van de doestellingen is om landbouwontwikkeling, behoud van agrobiodiversiteit en de levering van ecosysteemdiensten beter te laten samensporen. Om dit concept in een Vlaamse context te vertalen heeft de Afdeling Monitoring en Studie (AMS) van het Departement Landbouw en Visserij een project uitbesteed aan INBO en het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO). Deze studie is gebaseerd op binnen- en buitenlandse literatuur en op bevraging van Vlaamse experten.
De huidige generatie agromilieumaatregelen in Vlaanderen heeft zeker al haar nut bewezen, maar de maatregelen kunnen verder geoptimaliseerd worden volgens deze 4 principes:
- Integratie van biodiversiteit en ecosysteemdiensten in landbouwsysteem. Agrobiodiversiteit levert niet enkel een belangrijke bijdrage aan de landbouwproductie (bv. via bestuiving en controle van plagen en ziekten), maar speelt ook een rol bij waterzuivering, erosiebestrijding, plattelandsrecreatie en andere maatschappelijk relevante ecosysteemdiensten. Om dit potentieel waar te maken, moeten agromilieumaatregelen zowel kansen creëren voor organismen die nuttig zijn voor de landbouw als voor soorten die typisch zijn voor de landbouw maar er geen schade aan berokkenen, terwijl tegelijkertijd voor de landbouw schadelijke organismen zoveel mogelijk beperkt worden.
- Vertrekken van landbouwbedrijfstypes. Gezien de relatie tussen landbouw en agrobiodiversiteit afhankelijk is van de verschillende bedrijfstypes, en de uiteindelijke beslissingen op het niveau van het bedrijf worden genomen, is het belangrijk om maatregelen te ontwikkelen die daar zo goed mogelijk bij aansluiten.
- Doelgebieden. Werken in doelgebieden heeft als voordeel dat gebieden geselecteerd worden die de hoogst mogelijke baten genereren, en er beter rekening gehouden kan worden met de heersende ecologische en economische condities.
- Landschapsniveau. In tegenstelling tot het geïsoleerd werken op individuele percelen, vertrekken gebiedsplannen op landschapsniveau vanuit de samenhang waarbij kritische minima voor een duurzame impact duidelijk worden. Het wordt ook eenvoudiger om taken te verdelen en duidelijke doelen voor landbouw, agrobiodiversiteit en ecosysteemdiensten te formuleren.
Vanuit dit denkkader werden 20 bestaande pakketten van agromilieumaatregelen geanalyseerd en werden er 17 nieuwe maatregelenpakketten voorgesteld.
Francis Turkelboom, Geert De Blust, Guy Laurijssens
Bert Van Gils en Karoline D’Haene (ILVO)