Bemonstering van het slik met een steekbuis (foto Alexander Van Braeckel)
Bodemfauna van de Zeeschelde
In de zachte bodem van slikken en permanent water in de Zeeschelde vervullen ongewervelde bodemdieren een cruciale rol als voedselbron voor vissen en vogels. Een grote organische vuilvracht in het Scheldewater in het verleden resulteerde echter in een erg laag zuurstofgehalte, met op sommige plaatsen zelfs een “dode bodem”. Door het zuiveren van afvalwater verbeterde de waterkwaliteit en bereikten tolerante, opportunistische soorten zoals oligochaeten (kleine wormen, zoals de bekende regenworm) erg hoge aantallen (lokaal tot miljoenen per vierkante meter). Ze voeden zich met het organisch materiaal in de bodem en de microflora die erop leeft. Zelf worden ze gegeten door vissen en overwinterende vogels, zoals de wintertaling en de tafeleend. Sinds 2007 begonnen de eenden echter sterk te dalen in aantal. Eén van de oorzaken hiervoor is wellicht de afname van het aantal borstelwormen in de bodem. Deze afname luidt de overgang in van een soortenarme bodemdiergemeenschap met zeer hoge aantallen wormen, naar een meer diverse fauna kenmerkend voor estuaria met een lagere vervuilingsgraad.
Patronen
Er is dus duidelijk beweging in het voedselweb van de Zeeschelde. Om de veranderingen in de bodemfauna beter te kunnen onderzoeken, worden sinds 2008 jaarlijks op meer dan 200 random locaties in de Zeeschelde en haar getij-onderhevige zijrivieren (Durme, Rupel, Nete, Dijle, Zenne) stalen verzameld in het zachte substraat. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van Waterwegen en Zeekanaal NV, en de resultaten onderbouwen onder meer de ecologische kwaliteitsbeoordeling van het estuarium in de context van de Europese Kaderrichtlijn Water en het geïntegreerde onderzoeksprogramma Monitoring Effecten Ontwikkelingsschets 2010 (MONEOS).
De gegevensverwerking voor de eerste driejarige bemonsteringscyclus kan pas in 2011 ten volle gebeuren maar toch komen al enkele duidelijke patronen naar voor. Zo bevinden de hoogste aantallen bodemdieren zich nu langs enkele delen van de zijrivieren waar veel organisch materiaal aanwezig is, de bodemdynamiek nogal laag is en/of de verbetering van de waterkwaliteit zich slechts recent in gang heeft gezet.
Jeroen Speybroeck