Automatische vleermuisdetector en meetopstelling
Landschapsgebruik door vleermuizen
Sinds 2003 voert het INBO onderzoek uit naar de toestand en de evolutie van de natuurwaarden in de Waaslandhaven. Dit onderzoek verzamelt gegevens om de impact van nieuwe havenontwikkelingen te kunnen inschatten, zodat gepaste mitigerende maatregelen kunnen worden voorgesteld. Er wordt vooral aandacht besteed aan de soorten en habitats die beschermd worden in het kader van Natura 2000. Een van deze soortengroepen zijn vleermuizen. De plassen in en rond de haven vormen een belangrijk jachtbiotoop voor hen. Zij jagen er ’s nachts op insecten, voornamelijk muggen. Om de plassen te kunnen bereiken volgen vleermuizen allerlei kanalen en kleine landschapselementen. Kennis van welke jachtgebieden zij gebruiken, en hoe ze die jachtgebieden bereiken is van groot belang om bij projecten met hen rekening te houden.
Detectoren
Sinds vorig jaar beschikt het INBO over automatische detectoren die de ultrasoongeluiden van alle voorbijvliegende vleermuizen de hele nacht opnemen. Uit de opnames kunnen we afleiden welke soorten op een bepaald moment passeerden, en in welke mate zij gewoon voorbijvlogen of effectief jaagden. Vleermuizen gebruiken bij het jagen namelijk specifieke signalen, die in de opnames kunnen worden herkend.
De eerste resultaten die we met de detectoren verkregen, geven aan dat nieuw aangelegde gebieden vrij snel door sommige vleermuizen worden gebruikt. Andere soorten lijken daarentegen meer gebonden aan oudere, meer ontwikkelde biotopen. Een tweede conclusie was dat het belangrijk is in verschillende gebieden simultaan de ganse nacht vleermuisactiviteit te registreren. Vleermuizen verplaatsen zich gedurende de nacht tussen verschillende gebieden. Sommige gebieden worden pas in de tweede helft van de nacht bereikt, maar kennen dan een hoge activiteit. Verder konden we met behulp van de detectoren ook een aantal vliegroutes van vleermuizen in kaart brengen.
Ralf Gyselings