Op zoek naar gezenderde patrijs

Duurzaam wildbeheer: de patrijs

De dramatische achteruitgang van de patrijs gedurende de laatste decennia van de vorige eeuw is niet alleen een Vlaams gegeven, maar deed zich voor over heel Europa. Als gewaardeerd jachtwild werden voornamelijk in Engeland en Frankrijk verschillende studies verricht naar de oorzaken van deze achteruitgang en mogelijkheden om het duurzaam wildbeheer van de soort naar de toekomst te garanderen. Ook in Vlaanderen komt de mogelijkheid om de soort op een duurzame manier te blijven oogsten naar de toekomst onder druk te staan. 

Verschillende factoren kunnen een knelpunt vormen voor de patrijzenpopulaties. Actueel is niet duidelijk welke factoren de belangrijkste rol vervullen in Vlaanderen. Om efficiĆ«nte beheermaatregelen te kunnen implementeren of zinvolle randvoorwaarden voor jacht op te leggen is het echter noodzakelijk een beter inzicht te hebben in het relatieve belang van de verschillende mogelijke factoren (vb. broedsucces, sterfte kuikens, sterfte volwassen dieren). Om aan deze kennisleemte tegemoet te komen startte het INBO in 2009 met een verkennende studie naar de populatiedynamiek van de patrijs in Vlaanderen. 

Zenderen

Voor het bepalen van demografische parameters werden een aantal patrijzen gezenderd en via telemetrie opgevolgd. Hiervoor werden drie studiegebieden geselecteerd met een verschillende populatiedensiteit. Deze gebieden zijn gelegen in West-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en Limburg. In het studiegebied in Vlaams-Brabant bleek de populatiedensiteit echter te laag om een degelijke steekproefgrootte te kunnen halen. Het onderzoek zal zich dan ook verder toespitsen op de twee overige gebieden. In Limburg is het studiegebied gelegen in een gebied waar de Vlaamse Landmaatschappij, het Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren en de stad Sint-Truiden verschillende maatregelen nemen om o.a. akkervogels te ondersteunen. Het gebruik van deze maatregelen door patrijs kan door het zenderonderzoek mee geĆ«valueerd worden. 

Uit de eerste resultaten van het zenderonderzoek in 2010 kwamen reeds enkele interessante gegevens naar voren. Zo bleek het maaien van de nesten van het eerste legsel in juni een belangrijke rol te spelen, terwijl de invloed van predatie van volwassen vogels eerder beperkt was. Met een uitgebreidere steekproefgrootte in 2011 hopen we meer gegevens te kunnen verzamelen om deze conclusies verder te verfijnen. 

Thomas Scheppers en Jim Casaer