Zaailingen van zwarte els voor genetisch onderzoek (foto Kurt Schamp)
Zwarte els en natuurlijke selectie
Vragen rond de afbakening van herkomstgebieden blijven moeilijk te beantwoorden. Hierbij gaat het niet alleen over bosbouwkundig plantsoen maar ook over kruidachtige planten. Het is immers belangrijk om te weten waar je welke herkomsten mag aanplanten of uitzaaien zonder verlies aan vitaliteit. Een onderzoek rond dit thema met als voorbeeldsoort zwarte els werd eind 2007 gestart en afgerond in 2010.
Hiervoor verzamelden we zaad in 11 Vlaamse bossen. Dit werd aangevuld met twee Waalse en 12 buitenlandse herkomsten uit de collectie elzenzaden van het INBO. Deze zaadbank dateert al van de jaren ’80. Uit de resultaten bleek dat er genetisch weinig verschil is tussen de 35 onderzochte herkomsten. Enkel de Noorse, Turkse en Corsicaanse elzenpopulaties leken enigszins aparte genenpoelen. Na vergelijking met andere studies van zwarte els, bleken de historische kolonisatieprocessen na de laatste ijstijd aan de basis te liggen van de genetische structuur. Daarnaast bracht de studie ook mogelijke adaptieve verschillen tussen populaties aan het licht. Zowel op Vlaamse als op Europese schaal waren signalen van natuurlijke selectie in het DNA terug te vinden. Bovendien zochten we naar de rol van het klimaat in deze signalen. We vonden meer correlaties met temperatuursgradiënten dan met andere klimaatsvariabelen. Zelfs binnen Vlaanderen, waar geen uitermate hoge temperatuursverschillen waargenomen werden, bleek temperatuur een invloed te hebben op de genen van zwarte els.
Het zijn die inzichten over adaptieve verschillen die aan de basis liggen voor een wetenschappelijk gefundeerde afbakening van herkomstgebieden.
Karen Cox