Stoof van autochtone boskersen in Bertembos

Boskers: de DNA proef op de som

Een populatie van bomen en struiken wordt strikt genomen als autochtoon beschouwd als ze zich na de laatste ijstijd spontaan heeft gevestigd en zich sindsdien ter plaatse altijd natuurlijk heeft verjongd of, als ze vermeerderd werd,  dan enkel met lokaal geoogst materiaal. In de praktijk wordt de graad van autochtoniteit van populaties, (bossen, hagen en houtkanten) ingeschat op basis van hun ouderdom. Die kan worden afgeleid uit oude karteringen zoals de Ferraris kaarten. Bijkomende criteria zijn o.a. de aanwezigheid van indicatorplanten en van oude bomen of hakhoutstoven, het samen voorkomen van de typische waaier aan standplaatseigen bomen en struiken en uiterlijke kenmerken.

Voor boskers kan echter een meer objectieve, moleculair-genetisch methode worden gebruikt om de mate van autochtoniteit van populaties te beoordelen.
Als case study werd de als autochtone geïnventariseerde populatie van boskers in Bertembos gekozen. In hetzelfde boscomplex ligt tevens een kunstmatige aanplanting van dezelfde boomsoort.

Boskers is een obligate kruisbestuiver. Deze eigenschap is genetisch bepaald en wordt gecontroleerd door de zogenaamde S-genen. Tot op heden zijn bij boskers 26 verschillende S-genen gekend, die genoteerd worden als Sx (x = rangnummer). Bomen die dezelfde twee S-genen dragen kunnen elkaar niet bevruchten: ze zijn kruisingsincompatibel.
S-genen zijn dus onderhevig aan een negatieve frequentie-afhankelijke selectie ('balancing selection'). Boskersen die weinig voorkomende ('zeldzame') S-genen dragen, zijn bevoordeeld om binnen een populatie aan het reproductieve proces deel te nemen aangezien zij het merendeel van de andere individuen kunnen bevruchten. In opeenvolgende natuurlijk verjongde generaties zal de frequentie van deze zeldzame genen dus toenemen. Aan de andere kant zullen de S-genen, die aanvankelijk in de meeste bomen worden aangetroffen, steeds minder voorkomen.
Je kan dus verwachten dat in autochtone populaties, die zich meerdere generaties op dezelfde locatie hebben verjongd, alle S-genen nagenoeg in dezelfde mate zullen voorkomen.

De S-genen van alle boskersen in Bertembos werden via moleculaire-genetische weg bepaald. In de autochtone populatie komen alle S-genen inderdaad nagenoeg in dezelfde mate voor. In de kunstmatige aanplanting daarentegen is de frequentie van de S-genen zeer onregelmatig.

Bart De Cuyper

Frequentie verdeling van de S-allelen in de autochtone populatie (rode balken) en in de kunstmatige aanplanting (blauwe balken) van boskers in Bertembos

Frequentie verdeling van de S-allelen in de autochtone populatie (rode balken) en in de kunstmatige aanplanting (blauwe balken) van boskers in Bertembos

Cijfermateriaal