Voorwoord
2010 was het Internationale Jaar van de Biodiversiteit. Iedereen had gehoopt dat 2010 ook het jaar zou zijn waarin het biodiversiteitverlies zou stopgezet worden. Wetenschappelijke rapporten en onderzoeksresultaten zijn evenwel duidelijk: de fameuze 2010-doelstelling werd niet gehaald.
2010 was ook het jaar waarin delegaties uit de hele wereld vergaderden over strategieën voor het behoud van biodiversiteit. In Nagoya (Japan) werd gediscussieerd over een strategie om het behoud van biodiversiteit tegen 2020 en verder te verzekeren.
2010 was ook het jaar waarin biodiversiteit erkend werd als een bijzonder belangrijk onderdeel van onze economie. Een drie jaar durende studie onderzocht de marktwaarde van voordelen die ons gratis worden aangeleverd door de biodiversiteit rondom ons. TEEB (The Economics of Ecosystems and Biodiversity) bracht de best beschikbare bewijzen bij elkaar dat de werkelijke kosten die het verlies van biodiversiteit teweegbrengt eigenlijk niet betaalbaar zijn door onze samenleving! Meer dan een goede reden om diezelfde biodiversiteit maximaal te koesteren.
Wetenschappelijke kennis
Het Internationale Jaar van de Biodiversiteit bracht ons niet het stopzetten van het biodiversiteitverlies, maar meer dan ooit groeit het besef dat biodiversiteit een ongekende (economische) waarde heeft en dat het overleven van de mens ten volle afhangt van het behoud van die biodiversiteit.
Om het behoud van biodiversiteit te garanderen hebben we nood aan wetenschappelijke kennis. Ook in 2010 heeft het INBO zich ten volle ingezet om die wetenschappelijke kennis te leveren aan het beleid via rapporten en adviezen. Deze Jaarboek website geeft daar heel wat voorbeelden van. Wetenschappelijk onderzoek moet de basis vormen van nieuw en beter beleid opdat wat ons in 2010 niet lukte ons in de toekomst wel zou lukken: het stopzetten van het biodiversiteitverlies. We zijn het aan de toekomstige generaties verschuldigd.
Jurgen Tack, administrateur-generaal